
| Waar gaat het over? |
|
Achtergrond LOG (landbouwontwikkelingsgebied) “Azewijnse Broek”InleidingIn dit schrijven geeft de Stichting MOOIJ Land een korte samenvatting van de achtergronden van het ontstaan van het landbouwontwikkelingsgebied “het Azewijnse Broek” en de gevolgen ervan. Aanleiding Dit alles dacht de regering op te lossen door een reconstructie van de gebieden, vastgelegd in de Reconstructiewet Concentratiegebieden van 2002. Het doel van de reconstructiewet was het verbeteren van de economische omstandigheden op het platteland en het verbeteren van natuur en milieu. Uitvoering Het reconstructieplan voor de provincie Gelderland trad op 5 april 2005 in werking. De provincie is verdeeld in 3 deelgebieden: de Achterhoek en Liemers, de Veluwe en de Gelderse Vallei. Voor elk van deze gebieden is een apart reconstructieplan opgesteld. In de gebieden is de volgende verdeling gemaakt:
In het deelgebied Achterhoek en Liemers liggen enkele kleine en één groot intensiveringsgebied, ook wel LOG genoemd (landbouwontwikkelingsgebied). Het grote LOG op de grens van de gemeentes Oude IJsselstreek en Montferland draagt de naam "Azewijnse Broek". Dit is een misleidende benaming. Het gebied is vele malen groter dan het echte Azewijnse Broek. Zie kaart. De realisatie van het reconstructieplan lag bij de gemeenten: zij zouden door middel van een gebiedsvisie de reconstructie in goede banen leiden. Maar er was geen visie. En die is er nog steeds niet. Het gevolg is dat op elke willekeurige plek binnen het LOG een initiatiefnemer een paar hectaren grond kan kopen en daarop een intensieve veehouderij kan starten (mits hij de nodige varkensrechten heeft en voldoet aan de milieu-eisen). De provincie Gelderland stelt eisen aan de omvang van een bedrijf en de grootte van de bebouwing. Zo is de maximale bebouwing van een locatie 1,5 ha en de maximale hoogte van de bebouwing 10 meter. Dit houdt in dat er ongeveer 6000 mestvarkens per locatie kunnen worden gehouden. Volgens de provincie hebben de gemeenten tot taak binnen het LOG een gebiedsvisie te maken, waarin staat beschreven waar wel en waar niet intensieve veehouderij gevestigd kan worden. Wethouder Rijnsaardt, van de Gemeente Oude IJsselstreek, zegt: “Wij zijn medio 2005 min of meer overvallen door het besluit van de Provincie om het gebied aan te wijzen voor intensieve veehouderijen. We hadden het besluit nog niet binnen of het plan bij Etten werd ingediend”. René Kortooms, Statenlid van Groen Links zegt hierover: “Opvallend was dat in de voorbereidingen gemeentebesturen zich amper lieten zien. Terwijl de gemeente Montferland en Oude IJsselstreek wisten dat in het Azewijnse Broek een groot landbouw ontwikkelingsgebied was gepland, hebben zij verzuimd de bevolking van deze plannen op de hoogte te stellen. Ook hebben zij gedacht dat het niet zo'n vaart zou lopen en hebben zij te weinig gedaan aan het voorbereiden van een nieuw bestemmingsplan.” Vlak voor het bezoek van Prov. Staten op 7 maart j.l. heeft de gemeente gezegd dat het gebied voorlopig "op slot" zit, tot de gebiedsvisie klaar is en de beide gemeenteraden er een besluit over genomen hebben. VeehouderijWe maken onderscheid tussen grondgebonden en niet-grondgebonden veehouderij. Bij een vleesvarkensbedrijf worden het voer en de biggen aangevoerd, en worden de vette varkens en de mest afgevoerd. Behalve voor de bebouwing, is geen grond nodig. Grote niet-grondgebonden veehouderij (kippen, varkens, kalveren) horen niet thuis in het agrarische gebied. Maar wat is groot? Wat is een mega-bedrijf? Wat bedoelen we met een mega-bedrijf?Er bestaat geen eenduidigheid over de term megabedrijf. Volgens de Europese ippc-norm is een veehouderij vanaf 2000 vleesvarkens geen familiebedrijf meer, maar een industriële activiteit. Een dergelijk bedrijf hoort thuis op een daarvoor geschikt (gemaakt) bio-industrie-terrein. Dit is een terrein met goede aan- en afvoerwegen, voldoende ver van de bewoonde wereld om bewoners te beschermen tegen stank, (fijn)stof, geluid en transportbewegingen. Enkele feiten:Er zijn in Nederland ca. 5 miljoen varkens. Ongeveer 70 % van de varkens is bestemd voor de export. Het aantal varkens kan niet stijgen. Dit wordt door middel van varkensrechten gereguleerd. Boeren die willen uitbreiden kunnen varkensrechten kopen (anno april 2008: ca. 200 euro per varkensplaats). Tot 1 januari 2008 waren de provincies verdeeld in compartimenten waaraan een bepaald aantal rechten was toegekend. Dit voorkwam te grote concentraties in bepaalde gebieden. Door het afschaffen van de compartimentering per 1 januari 2008 hebben boeren de mogelijkheid om varkensrechten in het hele land te kopen voor de uitbreiding of nieuwvestiging in een LOG. Dat houdt in dat in een betrekkelijk klein gebied een grote concentratie aan varkens kan komen. Vestiging binnen een LOG Locaties in LOGs Volgens de provincie is er in alle LOGs in Gelderland plaats voor 87 nieuwe locaties met een minimale omvang van 5000 vleesvarkens. In het deelgebied Achterhoek en Liemers is plaats voor ca. 50 locaties waar een nieuwvestiging voor intensieve veehouderij zou kunnen worden opgericht. Het overgrote deel van deze locaties ligt in het LOG Azewijnse Broek! Deze samenvatting vindt zijn onderbouwing in documenten die staan gepubliceerd op deze website, o.a. bij: LOG Algemeen / Info lijst Kijk voor meer informatie op de site van de Provincie Gelderland: Reconstructieplannen: www.gelderland.nl/smartsite.shtml?ch=def&id=11008&menu=10981
|